PO-raad en Techniekpact roepen gezamenlijk bedrijfsleven op

Publicatie downloaden

 

Bedrijfsleven en basisscholen: meer samenwerken voor wetenschap en techniek

Rinda den Besten, voorzitter PO-Raad

Doekle Terpstra, aanjager nationaal Techniekpact

27 november 2015

De Tweede Kamer buigt zich op woensdag 2 december over de voortgang van het Techniekpact. Onderwijsorganisaties, overheid en bedrijven spraken daarin af dat in 2020 alle basisscholen wetenschap en techniek aanbieden. Om deze doelstelling te halen, moeten we alle zeilen bijzetten.

Wetenschap en techniek kunnen gelukkig steeds meer op enthousiasme rekenen. Twaalf duizend vragen werden ingediend voor de Nationale wetenschapsagenda die zojuist is gepresenteerd. Ook op basisscholen is er veel enthousiasme bij leerkrachten, ouders en kinderen. Astronaut André Kuipers, ambassadeur voor techniek, is een 'rockstar'. Hele klassen luisteren ademloos naar hem.

Kinderen hoeven we het niet te vragen. Door te onderzoeken en te ontdekken kunnen zij hun natuurlijke nieuwsgierigheid ten volle uitleven. Om juist dit potentieel aan mogelijkheden bij jonge kinderen volop kansen te geven is een rijke leeromgeving nodig. Een leeromgeving met een variëteit aan materialen, inspirerende lesstof, moderne leermiddelen en goed onderlegde docenten.

De wil is er. Maar om wetenschap en techniek in een rijke leeromgeving ook echt te realiseren is meer nodig. Zelfs met hulp van André Kuipers kunnen scholen dit niet alleen. Vooral bedrijven zijn nodig om scholen te ondersteunen. Zij hebben hier zelf ook een groot belang bij. De samenleving verandert snel en vraagt steeds meer van mensen in het dagelijks leven, maar ook op de arbeidsmarkt.

Iets maken, vaak met digitale tools, is niet meer het exclusieve domein van de stereotype ‘techneut’. Digitalisering zorgt ervoor dat we allemaal naast consumenten

ook producenten kunnen worden. En daar zit toekomst in, kijk naar de kansen die nieuwe technologie geeft aan bijvoorbeeld mobiliteit of gezondheidszorg.

Naast kansen zijn er echter ook zorgen. Op de arbeidsmarkt is er niet alleen druk op de traditionele productiebanen, maar ook op banen in het midden- en hogere segment. Manuele arbeid is veelal gemechaniseerd en informatieverwerking grotendeels geautomatiseerd. Volgens kenners is dit nog maar het begin.

In deze technologische revolutie spelen bedrijven een hoofdrol. Bedrijven vragen meer en meer om bèta en technische kwaliteiten op de arbeidsmarkt, ook in niet traditioneel technische beroepen. Hoewel we de banen van de toekomst niet precies kennen, tellen de kwaliteiten die je op doet door onderzoeken en ontwerpen in iedere baan. Bedrijven hebben daarom veel te winnen bij een beroepsbevolking dat al van jongs af aan is opgeleid in de kwaliteiten die wetenschap en technologie voortbrengen.

Het platform Onderwijs2032, onder leiding van Paul Schnabel, onderkent ook het belang van de rol van wetenschap en technologie in de samenleving van de toekomst. Onze gezondheid, veiligheid, voeding, energie, informatie, werk en vrije tijd hangen af van het vermogen kennis en techniek te ontwikkelen en toe te passen. Het raakt ieder mens en het is daarom ook een onderdeel van persoonsvorming en burgerschap. Onze kinderen hebben ook vanuit dit perspectief recht op wetenschap en techniekonderwijs dat hen goed voorbereid op de toekomst.

Kenmerk van scholen die het lukt om wetenschap en technologie te integreren, is dat zij durven te innoveren, een overtuigd team hebben en vooral dat zij samenwerken in een regionaal netwerk. Met andere scholen, bedrijven, wetenschappers en ouders om de kennis, kunde en middelen te organiseren om deze leeromgeving te creëren. Kinderen denken mee met een aannemer voor een ‘fietsviaduct’, doen experimenten onder begeleiding van oudere leerlingen en studenten, ouders verenigen zich in een fonds om sponsoring te zoeken voor hun school. Er is een heel scala aan acties op gang gekomen.

Gelukkig zijn er al bedrijven actief in prachtige initiatieven, bijvoorbeeld via Jet-Net, waar ook docenten kennis maken met innovatie. Deze voorbeelden laten zien dat het kan en dat het werkt. Daar hebben we er nog veel meer van nodig. Dat kan alleen door samenwerking. Samen kunnen de scholen en het bedrijfsleven onze kinderen zo goed mogelijk klaar maken voor de samenleving van morgen.